Meetprojecten+stikstof+komen+nu+echt+van+de+grond
Nieuws
© Twan Wiermans

Meetprojecten stikstof komen nu echt van de grond

Het meten van stikstof via diverse projecten komt nu echt van de grond. Maar heeft het nog wel zin nu minister Christianne van der Wal voor Natuur en Stikstof haar beleid al heeft bepaald? Komt het niet als mosterd na de maaltijd straks, al die gegevens uit de projecten?

In heel Nederland lopen projecten waarbij het meten van stikstof centraal staat. Sommige projecten zoomen in op bedrijfsniveau, andere op natuurgebieden. Ze moeten inzicht geven in wat bijvoorbeeld managementmaatregelen bijdragen aan stikstofreductie. Maar ook wat goede en betrouwbare meettechnieken zijn en wat de effecten van maatregelen op natuurgebieden zijn.

Melkveehouder Arjan Prinsen uit het Gelderse Haarlo is ervan overtuigd dat de gegevens nog van invloed gaan zijn op het beleid. Dat vertrouwen baseert hij vooral op de ervaringen die hij heeft in de contacten met provincie Gelderland.

Sensoren

Prinsen is namens stichting Biomassa betrokken bij Omgevingsnetwerk Achterhoek. In dit project wordt met sensoren gemeten in melkveestallen in de Achterhoek en wordt vooral goed duidelijk wat het management van de boer voor effect heeft op de stikstofemissie. Vanaf 1 augustus wordt het aantal betrokken bedrijven uitgebreid van twee naar twintig. Daarvoor worden nog melkveebedrijven gezocht.

Informatie en data geven goede indicaties, maar wil je er ook op worden afgerekend?

Cathy van Dijk, projectleider Netwerk Praktijkbedrijven

'Wij hebben goed contact met provincie Gelderland. Die heeft erop aangedrongen om het project te versnellen waardoor er eerder resultaten bekend zullen zijn. Het zijn straks de provincies die het beleid gaan invullen. Dus dat is belangrijk', zegt de melkveehouder.

Bewustwording

Tegelijkertijd heeft het Achterhoekse project als doel om bewustwording te krijgen bij 'staleigenaren' over stalemissies en de eigen invloed daarop. Prinsen kwam bijvoorbeeld door het meten met sensoren in zijn eigen stal erachter dat de emissies bij de melkinstallatie een stuk hoger zijn. Dat komt doordat daar spoelwater en melkresten in de mestkelder terechtkomen.

Over het meten dan wel modelleren van stikstofberekeningen is in de agrarische sector en ook in de politiek telkens veel discussie. In 2020 concludeerde het Adviescollege Meten en Berekenen onder leiding van Leen Hordijk dat de stikstofmodellen die de overheid gebruikt voor het stikstofbeleid voldoende betrouwbaar zijn. Tegelijkertijd was er ook nog voldoende ruimte voor verbetering, bijvoorbeeld door uitbreiding van het meetnetwerk.

Reductiedoelen

Stikstofhoogleraar Jan Willem Erisman benadrukte onlangs dat het meetmodel in Nederland werkt. 'De minister haalt er alleen te hoge reductiedoelen uit.' Van der Wal wil in haar beleid 39 kiloton reductie uit de landbouw halen. Dit leidt ertoe dat in sommige gebieden 70 procent of meer reductie nodig is. Volgens Erisman worden de reductiedoelen ook gehaald met 25 kiloton.

Ondanks dat de stikstofhoogleraar vertrouwen heeft in het Nederlands meetmodel, ziet hij ook dat er onzekerheden in zitten. 'Het is daarom goed dat de projecten worden gedaan. Die hebben absoluut zin', vindt hij.

Twee onzekerheden

'Het huidige stikstofmodel heeft twee belangrijke onzekerheden. De eerste onzekerheid gaat over welke stikstof uit welke bronnen in natuurgebieden terechtkomen. De tweede onzekerheid is wat de uitstoot van een individueel bedrijf op een natuurgebied is.'

Projectleider Cathy van Dijk van Netwerk Praktijkbedrijven is ervan overtuigd dat meer kennis en data eraan kunnen bijdragen dat de modellen beter worden. Tegelijkertijd plaatst ze ook een kanttekening bij het steeds meer meten.

'Het gebruik van sensoren kan veel goede informatie opleveren. De vraag is alleen: waar gebruik je die informatie en data voor? Ze geven goede indicaties, maar wil je er ook op worden afgerekend? Daar wordt verschillend over gedacht.'

Verschillende meetprotocollen

Vorige maand vond op initiatief van LTO Noord een bijeenkomst in het Gelderse Ede plaats waarbij de verschillende projecten bij elkaar werden gebracht. Het doel is dat er betere uitwisseling gaat plaatsvinden. Zo worden er bijvoorbeeld allemaal verschillende meetprotocollen gebruikt.

Van Dijk: 'Dat loopt flink uit elkaar. Het is winst dat iedereen dit probleem nu erkent.' Binnen Wageningen University & Research hebben ze de meetprotocollen inmiddels op elkaar afgestemd, zegt de projectleider. Zo waren er altijd al verschillende meetprotocollen voor stalemissies, managementmaatregelen en mest aanwenden.

Vertrouwen in overheidsbeleid

De meeste betrokkenen bij de projecten missen de regie van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. LTO-bestuurder Trienke Elshof mist bovendien nog de urgentie om werk te maken van meten. 'We hebben de ministers op werkbezoek gehad en ze vinden het interessant. Maar ik merk vervolgens behoorlijke terughoudendheid over wat ze ermee willen doen. Terwijl het belangrijk is voor het vertrouwen van de agrarische sector in het overheidsbeleid.'

Meten geeft boeren volgens Elshof bovendien meer handvatten over wat zij kunnen doen op hun bedrijf. 'Metingen dragen er ook aan bij dat helder wordt of beleid wel of niet werkt', zegt ze.

'Je kunt het zien als een soort driehoek. Aan de ene kant heb je stikstof reduceren, maar daar horen meten en registreren bij. Je moet registreren welke reductie wordt behaald, zodat je daar ontwikkelingsruimte mee kunt creëren en bijvoorbeeld de PAS-melders kunt legaliseren. Dat is van groot belang.'

© 2020 Smartfarming.nl is een uitgave van AgriPers bv.